10 oktober 2021
śrī śrī guru gaurāṅgau jayataḥ!
Maandelijkse Centenaire Publicatie – Amāvasyā Speciale Uitgave, Derde Jaargang, No. 9
Een berg waardevolle instructiesEen schrijven van Śrī Śrīmad Bhaktivedānta Nārāyaṇa Gosvāmī MahārājaŚrī
Keśavajī Gauḍīya Maṭha, Mathurā Verschijnt voor het eerst in het Engels (en het Nederlands) Śrī Śrī
Guru-Gaurāṅgau Jayataḥ Śrī
Keśavajī Gauḍīya Maṭha Śrīman Viṣṇu, Ontvang mijn toegenegen zegeningen. Ik hoop, dat het met
de genade van Śrī Śrī Guru en Gaurāṅga in alle
opzichten goed met jou gaat. Ik heb jouw twee brieven van 17-10-94 en
14-01-95 ontvangen. Jouw eerste brief kon ik niet op tijd beantwoorden, omdat
ik meteen, nadat ik hem had ontvangen, voor een medische controle naar Mumbai
moest gaan. De artsen in Mumbai zeiden, dat mijn aandoening zich heeft
geïntensiveerd en dat ik voldoende rust en medicamenten moet nemen. Daarom
ben ik daarna naar Purī gegaan, zodat ik een maand rust kon nemen. De
reis naar Purī was voorspoedig. Ik heb iedere dag een wandelingetje
langs het strand gemaakt en na een maand was mijn gezondheid weer praktisch
op normaal peil. Ik ben op 24-01-95 in de avond naar Mathurā
teruggekeerd. Ik ben blij, dat ik met jou aan de telefoon heb gesproken. Nu
ga ik jouw brief beantwoorden. 1) Je
vroeg naar de glorie van de maand Kārtika. In de maand Kārtika
heeft allerlei spel en vermaak van Kṛṣṇa plaatsgevonden. a) Meteen
op de eerste dag van Kārtika, namelijk op [Śāradīya-]pūṁma,
had de mahā-rāsa plaats
in Vaṁśivaṭa in Vṛndāvana en werd de suprematie
van Śrīmatī Rādhikā gevestigd. b) In
deze maand van Kārtika heeft Moeder Yaśoda Kṛṣṇa
met het koord van haar liefde aan een vijzel vastgebonden. Vóór dit incident
is in geen enkele andere manifestatie van Kṛṣṇa iemand in
staat geweest om Hem vast te binden. c) In
deze maand heeft Kṛṣṇa Govardhana opgetild en de trots van
Indra verpletterd. d) In
deze maand hebben de gopīs op
de dag van de rāsa, nadat Kṛṣṇa
was verdwenen, de hoogste staat van prema
in afgescheidenheid bereikt. e) Toen
Hij weer verscheen, hebben de gopīs
Kṛṣṇa vastgebonden met de sjaal van Rādhārāṇī,
waardoor Hij bekend staat als Rādhā-Dāmodara. De betekenis van
Rādhā-Dāmodara is groter dan die van
Yaśodā-Dāmodara. Śrīla Rūpa Gosvāmī
heeft deze hogere gevoelens getoond in Śrī
Rādhā-Dāmodara in Vṛndāvana [in zijn vers in Stava-mālā *]. aṅga-śyāmalima-cchaṭābhir
abhito mandīkṛtendīvaraṁ Zijn donkere lichaamsuitstraling verduistert die van een blauwe lotus,
Zijn schitterende gele kleding verslaat de uitstraling van gouden kuṅkuma, Hij amuseert Zich met
tijdverdrijf in Śrī Vṛndāvana, Zijn borst wordt opgeluisterd
door een prachtige vaijayantī
bloemenslinger en Zijn mooie linker hand rust op de schouder van
Śrī Rādhā. Ik mediteer op die Śrī
Dāmodara. f)
In
deze maand heeft Akrura Kṛṣṇa naar Mathurā gebracht en
in dezelfde maand op de Caturadaśī van de wassende maan heeft Kṛṣṇa
Kaṁsa omgebracht. Ook in deze maand heeft Hij Vyomāsura en de
Keśī demoon vermoord. Op Bahulāṣṭamī van deze
maand heeft Rādhā-kuṇḍa zich gemanifesteerd. Dit is de
maand van Śrīmatī Rādhikā. Ze wordt ook
Kārtikeśvarī (Godin van de maand Kārtika) of
Ūrjeśvarī genoemd. Ūrjeśvarī impliceert energie
(ūrja), namelijk vermogen (śakti). Śrīmatī
Rādhikā is het hoogste vermogen (śakti) van Kṛṣṇa. En Haar manifestaties
zijn de hlādinī-śakti
(genadevermogen), prema-bhakti, dat
Kṛṣṇa kan boeien. 2)
[Met
betrekking tot jouw vraag over Govardhana...] Govardhana is een bhakta-avatāra of sevaka-avatāra van Kṛṣṇa.
Kṛṣṇa voert het meeste spel en vermaak uit bij Govardhana.
Mānasī-Gaṅgā vormt een onderdeel van Govardhana, waar Kṛṣṇa
de koeien en Zijn sakhas water laat
drinken en waar Hijzelf ook water drinkt. Hij heeft daar allerlei plezier gemaakt
met de sakhīs, vooral als Veerman
van Mānasī-Gaṅgā. Hij doet allerlei spel met Zijn sakhas en sakhīs in de diverse kuñjas
van deze Govardhana. Rādhā-kuṇḍa en Śyāma-kuṇḍa
zijn de ogen van Govardhana. Kusuma-sarovara ligt ook in Govardhana. De gopīs gingen daar naartoe om Kṛṣṇa
te zien onder voorwendsel van het plukken van bloemen. Govardhana zorgt voor
drinkwater, hij zorgt voor koele schaduwplekken onder prachtige, geurende,
dichte bomen, allerlei soorten bloemen en vruchten, diverse soorten
loofhutten, weidegronden en een veelvoud aan speelplekken, waarmee hij Kṛṣṇa,
de gopas, de gopīs en de koeien op iedere manier dient. Daarom wordt
Govardhana een sevaka-avatāra
of een bhakta-avatāra genoemd.
Bovendien heeft Kṛṣṇa Zelf op de ene manier de rol van een sevaka aangenomen en op een andere
manier heeft Hij de gedaante van Govardhana aangenomen en heeft pūjā-arcana uitgevoerd en
Govardhana bhoga geofferd. Daarom
staat Govardhana ook bekend als een manifestatie (avatāra) van Kṛṣṇa. De gopīs en de toegewijden
aanvaarden Govardhana echter als bhakta-avatāra
en bidden tot Govardhana als een toegewijde. En hij vervult dan ook hun
gebeden. 3)
Door parikramā van de tempel te doen
wordt men bevrijd van de gebondenheid aan het materiële bestaan. Als men op
het moment van het huwelijk het gezinsleven binnengaan, moet men tegen de
klok in rond het vuur lopen, maar de parikramā
van Bhagavān, de guru, de Vaiṣṇava,
de tempel en tulasī wordt
uitgevoerd door met de klok mee te lopen. Tegen de klok in rondlopen resulteert
in gebondenheid aan saṁsāra
en met de klok mee rondlopen geeft bevrijding van saṁsāra. 4)
De
uitvoering van parikramā
rondom de tempel en het krijgen van darśana
van śrī vigraha hebben hun respectievelijke
specialiteiten en glorie. Maar toch is het resultaat van de darśana van śrī vigraha groter dan dat van een parikramā van de tempel. Śrī Caitanya
Mahāprabhu heeft dit in Zijn spel aan Śrī
Advaitācārya laten zien. Śrī
mandira is Zijn huis en śrī
vigraha is Hijzelf. Darśana
van Kṛṣṇa is hoger dan het doen van parikramā van Zijn huis. Darśana
van śrī mūrti en tot
Hem bidden geeft gemakkelijk kṛṣṇa-prema.
Bovendien krijgt de sādhaka
gretigheid om rāgānuga-bhakti
binnen te gaan. 5)
Śrī
Govardhana parikramā moet
worden uitgevoerd met de aspiratie om darśana
van Śrī Śrī Rādhā-Kṛṣṇa te
krijgen. Tijdens parikramā
zoeken hogeklasse sādhakas in
iedere kuñja naar Śrī
Śrī Rādhā-Kṛṣṇa. Door op deze manier parikramā van Śrī
Govardhana uit te voeren krijg je zijn zegen en op die manier krijg je prema, die op zijn beurt darśana van Kṛṣṇa
schenkt. 6)
Het
woord aiṁ wordt gebruikt voor
guru. Zoals het woord auṁ (oṁ) de letters a, u en m bevat, zo geeft guru in aiṁ plezier aan Kṛṣṇa of Kṛṣṇā
(Rādhikā) of aan Hen beiden. Deze betekenis is op vertrouwelijke wijze
ingebed in het woord aiṁ.
Alles gerelateerd aan guru-tattva
bevindt zich in zijn zaadvorm in aiṁ. 7)
Na sannyāsa ging Mahāprabhu
naar Jagannātha Purī. Hij wilde eigenlijk naar Vṛndāvana
gaan, maar Yogamāyā liet Hem niet naar Vṛndāvana gaan en
stuurde Hem in plaats daarvan naar Purī. Het mysterie hiervan is
alsvolgt. Was Mahāprabhu naar Vṛndāvana gegaan, hadden de stimuli
(uddīpana) daar het feit, dat
Hij Kṛṣṇa is, niet verborgen gehouden en dan zou Zijn
identiteit als Kṛṣṇa aan iedereen geopenbaard zijn
geworden. Hij heeft Zijn gevoelens voor het welzijn van de wereld verborgen
gehouden en om rādhā-bhāva
te ervaren is Hij niet naar Vṛndāvana gegaan maar naar Purī.
Hij had rādhā-bhāva
niet kunnen proeven in Vṛndāvana, omdat het gevoel van Kṛṣṇa
zich daar zou hebben gemanifesteerd. Voorheen heb ik
me in mijn schrijven tot jou gericht met het woord āp [het beleefde voornaamwoord “u”], maar je scheen je er niet gemakkelijk bij te voelen.
Dus vanaf nu richt ik me tot jou met tum
[het informele voornaamwoord “jij”]. Je wil me op
iedere manier dienen met jouw lichaam, geest en woord en dat doe je dan ook.
Dit is de houding, die je moet hebben, en je moet dezelfde gevoelens
koesteren jegens Śrī Śrī Rādha-Kṛṣṇa.
Welke dienst kunnen wij, sādhakas,
Hen eigenlijk verlenen? Desondanks dient een dergelijk gevoel te worden
vastgehouden. Wanneer je terugkomt, nadat je jouw studie hebt afgerond, kunnen
we van gedachten wisselen om vast te stellen, wat je daarna gaat doen: thuis
blijven, in de maṭha gaan
wonen, of gaan prediken enzovoort. Tegen die tijd kunnen we op basis van jouw
mentale staat en aanleg beslissen, hoe je de meeste dienst aan Bhagavān
kunt verlenen en sādhana-bhajana
kunt uitvoeren samen met het creëren van inkomsten voor jouw levensonderhoud. Jouw ouders,
Śrī Tamāla-Kṛṣṇa dāsa en Sucitrā
devī, hebben me het geld gegeven, dat je had gestuurd. Alle financiële
middelen, die je van tijd tot tijd ten behoeve van dienstverlening stuurt,
dragen bij aan de publicatie van boeken. Voorlopig kun je met die
dienstverlening doorgaan, want ik hoop, dat de komende tijd meer boeken
gepubliceerd gaan worden. Bhakti Rasāyana is juist gepubliceerd geworden. Nectar of Govinda-līlā en Going Beyond Vaikuṇṭha waren
reeds gepubliceerd. Het volgende boek ligt al bij de drukker. Veṇu-gīta is bijna gereed
voor de drukker. De manuscripten voor Śrī
Manaḥ-śikṣā, Śrī
Śikṣāṣṭakam en Upadeśāmṛta naderen eveneens hun voltooiing.
Zodra de tijd het toelaat en de financiën zijn geregels, gaan we proberen ze
te publiceren. Wat verder nog?
De rest gaat goed. Aanvaard nogmaals mijn toegenegen zegeningen. Stuur een
antwoord, zodra je deze brief hebt ontvangen. Altijd mijn beste wensen voor
jou, |
