24 november 2021
śrī śrī guru gaurāṅgau jayataḥ!
Maandelijkse On-line Publicatie – Jaargang 1 & 14, No. 10
Śrī Nāma-sevā in Śrī Dhāmadoor Śrīla Bhaktisiddhānta Sarasvatī Ṭhākura PrabhupādaIn deze wereld zijn echt alleen degenen aanbidding waardig,
die de heilige naam (nāma) van
Śrī Bhagavān, Zijn woonplaats (dhāma) en Zijn wensen (kāma)
dienen. Zonder śrī nāma
te dienen kan niemand zich onttrekken aan de misverstanden, die uit māyā voortkomen. Het gevolg
van het dienen van śrī
nāma is bevrijding van alle vormen van vooringenomenheid en verankering in
de dienstbaarheid aan de wensen (kāma)
van Śrī Kṛṣṇa. En het dienen van śrī dhāma resulteert in
bevrijding uit de ketenen van het zeer gevaarlijke idee van “Ik ben Heer en
Meester, God heeft geen eeuwige naam, gedaante, kwaliteiten, spel, vermogen,
enzovoort.” Door Kṛṣṇa’s kāma (wensen) te dienen behoedt men zich tegen het ernstige
gevaar van zelfzuchtige, zinnelijke lustbevrediging. Aldus bevrijd van lust (kāma) van voorbijgaande aard
raakt men stevig gegrondvest in het dienen van de transcendente
Kāmadeva, Śrī Kṛṣṇa, evenals van de
Kāma-gāyatrī. Als we geluk hebben en we zijn in staat om gehecht te
raken aan het dienen van de wensen (kāma)
van Śrī Kṛṣṇa, kunnen we de diverse lagere verlangens
naar materieel, zinnelijk en lichamelijk plezier in onszelf heroriënteren en
de vooruitgang van het subtiele lichaam of het verstand nieuwe richting
geven, indien het apathisch is geworden voor de pogingen om Śrī
Bhagavān te dienen. Dan gaan onze verlangens en de koers van ons
verstand een trend volgen, die is tegengesteld aan de voorgaande. Als we ons bezighouden met de dienstverlening aan śrī dhāma, komt de
dienstverlening aan de wensen (kāma)
van Śrī Kṛṣṇa tot onze beschikking. Het woord dhāma kan betekenen stralen,
moed, invloed, thuis, plaats, lichaam, geboorte enzovoort. Volgens de
werkelijk geleerde dienaren van God dient śrī
dhāma te worden aanvaard in de zin van de plek, waar geen boosaardigheid,
jaloezie of vervluchtiging heersen en die eeuwigdurend zelfmanifesterend,
spiritueel en zegenrijk is. Door naar śrī
dhāma te gaan heeft Śrī Caitanyadeva de wereld van zijn
transcendentie bewust gemaakt. We zouden de verhevenheid van śrī dhāma niet kunnen hebben gerealiseerd; we
zouden geen voorliefde hebben gehad om śrī
dhāma te dienen en we zouden niet zoveel vertrouwen hebben gehad in
het vererenswaardige godsbeeld van Śrī Bhagavān. We zouden in
studie geabsorbeerd zijn gebleven, waarmee we overtuigd waren gebleven van
het idee iedereen op Aarde te kunnen verslaan met onze deskundigheid in
dialectiek, de schittering van onze geleerdheid en de glorie van ons
voorbeeldige karakter. Maar toen waren er een paar heiligen, die dienst
verleenden aan śrī dhāma
en ons verlichting schonken. Ze vertelden ons, dat juist de dienstverlening
aan śrī dhāma, die
we achterwege hadden gelaten, ons in feite het hoogste welzijn zou bieden. Hij die verbinding zoekt met śrī dhāma, zal merken, dat zijn gehechtheid aan grāma (huiselijk gezinsleven)
snel afneemt. Daarna draagt zijn dienstverlening aan śrī nāma, de methode om waarlijk gezegend te
worden, hem naar zijn ware doel: dienstverlening aan Śrī Kṛṣṇa’s
kāma. De heilige naam (śrī
nāma) van Śrī Vaikuṇṭha (de spirituele
dimensie) is naar deze Aarde afgedaald en is in śrī dhāma neergelegd. De uitvoering van nāma-sevā schenkt geen kṛṣṇa-kāma-sevā,
dienstverlening aan de wensen van Śrī Kṛṣṇa, het
ware en hoogste doel, aan iemand, die de verbinding met śrī dhāma verbreekt. Aangepast uit The Gauḍīya,
Jaargang 24, No. 12 |
