06 november 2021
śrī śrī guru gaurāṅgau jayataḥ!
Maandelijkse Centenaire Publicatie – Amāvasyā Speciale Uitgave, Derde Jaargang, No. 10
Yaśodānandana en DevakīnandanaEen schrijven van Śrī Śrīmad Bhaktivedānta Nārāyaṇa Gosvāmī MahārājaŚrī Keśavajī Gauḍīya Maṭha, Mathurā, 11 januari 1992 Verschijnt voor het eerst in het Engels (en het Nederlands) Śrī Śrī
Guru-Gaurāṅgau Jayataḥ Śrī
Keśavajī Gauḍīya Maṭha Beste Viṣṇu, Aanvaard mijn toegenegen zegeningen. Ik heb jouw brief van
12-12-91 uit Houston op 09-01-92 ontvangen. Ik was blij hem te lezen. De taal
van jouw brief evenals de inhoud was mooi, liefdevol en vol elegantie en
emotie. Ik prefereer bezielde taal uit het hart met een paar tranen. Alleen
kwaliteiten vermengd met bhakti
zijn werkelijke kwaliteiten, anders zijn het tekortkomingen. Alleen bhakti maakt iemand groot. Bhakti-devī komt jouw hart enigszins binnen en daarom
begrijp je nu de glorie van sādhu-saṅga.
Dit is jouw grote geluk. Ook jouw ouders en zuster zijn zeer fortuinlijk. Ze
hebben grondig nagedacht [over initiatie] en hebben me daarna over hun
besluit geïnformeerd. Ik heb het nog even geprobeerd uit te stellen, maar dat
was niet voor lange tijd. Opdat Śrī Śrī
Rādhā-Govindajī hen voorspoed mogen schenken. Ik aanvaard jouw
verzoeken. Wanneer je naar India terugkeert, zal je zeker een gelegenheid
krijgen om naar wens te dienen. Je moet Jaiva-dharma
hardop lezen. Door louter Jaiva-dharma
te lezen raak je bekend met alle onderwerpen van het boek, vanaf het eerste
stadium van sādhana-bhajana
tot en met het geperfectioneerde stadium van prema, waarmee alle twijfels
over het spirituele leven kunnen worden opgelost. Mijn gezondheid laat van tijd tot tijd te wensen over, dus
ik heb geen behoefte om ergens naartoe te gaan. Ik heb altijd het verlangen
om in Vraja te wonen. Tegenwoordig komen veel ISKCON toegewijden naar mijn hari-kathā luisteren. Jouw ouders zouden in de eerste week van januari hier
naartoe komen. Misschien konden ze niet komen vanwege hun drukke bezigheden. In antwoord op jouw vraag kan ik zeggen, dat
Yaśodānandana en Devakīnandana wat betreft tattva één zijn, maar gezien vanuit het
perspectief van rasa hebben ze
ieder een specialiteit (vaiśiṣṭya).
Devakīnandana draagt geen pauwenveer en heeft geen vaṁśī en stok (om de koeien te hoeden) bij Zich
en Hij is niet getooid met de kleding en de houding (abhimāna) van een gopa,
maar Hij kan op zijn minst wel afgescheidenheid (viraha) ervaren. Wanneer in Mathurā en Dvārakā
onderwerpen over Vraja worden besproken, verschijnt via het medium van die
vertellingen Yaśodānandana Gopi-vallabha Kṛṣṇa in
Vāsudeva-Kṛṣṇa [Devakīnandana]. Op dat moment wordt
Zijn gevoel van Vasudeva-Kṛṣṇa overdekt en begint Hij de
pijn van afgescheidenheid van Vraja te ervaren. Dit gebeurt op basis van het
onbevattelijke vermogen van Bhagavān, dat het onmogelijke mogelijk kan
maken [en het mogelijke onmogelijk]. Dit is de opvatting van onze voorgaande ācāryas. Wanneer je naar
India komt, zal ik dit met jou persoonlijk en in detail bespreken. Voor de rest gaat het hier goed. Blijf me af en toe
schrijven. Het is hier de laatste tijd erg koud. Ik was heel blij om voor de
eerste keer met jou op grote afstand via ISD te spreken. Hiermee sluit ik af. Altijd met de beste wensen, |
